< terug

Kinderarbeid

Waar gaat dit boekje over?
Op veel plaatsen in de wereld sjouwen kinderen met zware spullen. Ze werken in een mijn of een gevaarlijke fabriek. Vaak urenlang per dag. Daardoor kunnen ze niet naar school. Meestal verdienen ze weinig geld. Je noemt dit kinderarbeid. Vooral in arme landen is dit een groot probleem.

In dit boekje vind je veel informatie over dit onderwerp. Je kunt ook lezen wat er tegen kinderarbeid wordt gedaan en wat jij ertegen kunt doen.

Birgit Vos wilde meer weten over kinderarbeid en wat ertegen wordt gedaan. Ze maakte er een werkstuk over en won daarmee de Werkstukkenwedstrijd van Noordhoff Uitgevers.

Kijk ook op www.docukit.nl voor meer informatie.

Petra
Sommige onderdelen uit het werkstuk van Birgit heb ik gebruikt voor mijn boekje; daarom staan er twee auteursnamen op: Birgit Vos en Petra Cremers. Zo vond ik het schema heel leuk  met de dagelijkse bezigheden van Omlien, een 11-jarig meisje uit Peru. Daarnaast had Birgit haar eigen dagschema gezet. Hoe zou jij het vinden als je iedere dag om 4.30 uur op moest staan om op het land te gaan werken. En na een zware dag op de akker thuis ook nog klusjes moest doen bijvoorbeeld hout sprokkelen en voor je  broertjes en zusjes zorgen?

De deskundige die ik heb geraadpleegd  is de Nederlandse fotograaf Peter de Ruiter. Hij heeft een fotoboek over kinderarbeid gemaakt – Een wereld voor kinderen – waarin heel veel informatie over kinderarbeid te vinden is. Onderstaande test – kinderarbeid ja of nee – is ook verzonnen door Peter.

Kinderarbeid ja of nee: doe de test.
Zelf heb ik drie kinderen die inmiddels groot zijn. Vroeger moesten ze thuis wel eens een klusje doen. De tafel dekken bijvoorbeeld, afwassen of de woonkamer stofzuigen. Vooral mijn jongste dochter begon dan vaak te protesteren. ‘Dat is kinderarbeid’, beweerde ze dan. Inmiddels weet ze wel beter en anders zou ik haar mijn nieuwe informatieboekje laten lezen.

Waarschijnlijk hoef jij geen kinderarbeid te doen. Maar voor alle zekerheid kun je onderstaande vragen beantwoorden:

1. Doe je het werk vrijwillig: ja/nee?

2. Is het voor je ouders: ja/nee?

3. Werk je samen met je ouders: ja/nee?

4. Gaat het schoolwerk nog goed: ja/nee?

5. Mag je het geld dat je verdient zelf houden: na/nee?

6. Ben je ouder dan twaalf jaar: ja/nee?

7. Is het ongevaarlijk: ja/nee?

8. Vind je het leuk: ja/nee?

UITLEG: Hoe vaker je ‘nee’  antwoordt, hoe groter de kans dat het kinderarbeid is.

Filmpje kijken?
Wil je snel meer weten over kinderarbeid kijk dan ook naar dit filmpje over Unicef. Dan weet je dat er een eind aan kinderarbeid moet komen.