Verhaal van een donorkind

Aan Folia, het weekblad van de Universiteit van Amsterdam, heeft Jelte zijn verhaal verteld. Hier kun je het lezen. 

Jelte Sondij studeerde algemene economie. Als medeoprichter van Trefpunt Donorkind hielp hij andere donorkinderen bij het vinden van hun biologische vader. Tegenwoordig werkt hij als journalist.

‘Ik ben vrij open over het feit dat ik een kid-kind ben (kid: kunstmatige inseminatie met donorzaad). Toch wil ik niet herkenbaar op de foto, want het gaat me te ver om op de faculteit (afdeling van de universiteit) bekend te staan als ‘die jongen met de anonieme donorvader’. Ik heb meegedaan aan het televisieprogramma Spoorloos. Er zijn in Nederland twee kid-kinderen die hun vader gevonden hebben, daarvan ben ik er een.

Op mijn vijfde heeft mijn moeder me tijdens een vakantie verteld hoe het zat. Ze is een zogeheten bom-moeder (een bewust ongehuwde moeder). Ik heb dat toen niet als een schok ervaren en ik heb er ook later nooit problemen mee gehad. Een fundamenteel verschil tussen kid-kinderen en geadopteerde kinderen is dat wij doorgaans als gevolg van een bewuste keuze en als zeer gewenste kinderen ter wereld komen. Ik miste geen vaderfiguur in mijn leven, dat was ook niet de reden dat ik hem ging zoeken. Ik had een aantal vragen over de onbekende helft van mijn afkomst. Wat voor een man zou mijn vader zijn, hoe ziet hij eruit, wat voor werk doet hij. Het geeft veel rust om dat nu te weten. We lijken op elkaar, we hebben beiden een uitgesproken mening en we hebben dezelfde manier van lopen. De herkenning is echt geweldig. Er is regelmatig contact tussen ons en we zien wel hoe het zich verder ontwikkelt.

In 2004 is de wetgeving verandert en sindsdien bestaat anonieme zaaddonatie niet meer. De overheid heeft daarmee toegegeven dat je het recht hebt te weten van wie je afstamt. Er is nog een hele generatie donorkinderen van voor de wetswijziging en die hopen wij met Trefpunt Donorkind te kunnen helpen. Via onze website www.donorkind.nl kunnen zoekenden en donoren zich aanmelden. Een jurist bekijkt hun gegevens en zoekt naar mogelijke matches op grond van tijd en plaats van inseminatie, bloedgroep en uiterlijke kenmerken. In eerste instantie is zo’n match een kwestie van Fingerspitzengef├╝hl. Om zekerheid te krijgen heb je een goede DNA-test nodig en die zijn erg duur, duizend euro per test. Daarom zou er een fonds moeten komen dat daarin voorziet.’

(Bron: Folia 24e jaargang, 24 februari 2006)